Pancratiusparochie Sloten






link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

Vluchtelingen in Lesbos

Leven van genade door Ds. Marieke Brouwer

gepubliceerd: zaterdag, 29 augustus 2015
foto: Carla van de Wiel
Vluchtelingen in Lesbos

Ds. Marieke Brouwer van de Evangelisch Lutherse Gemeente in Amsterdam hield zondag 12 juli een indruk­wekkende preek waarin zij verslag deed over haar bezoek aan het eiland Lesbos; één van de eilanden waar een enorme vluchtelingenstroom vanaf de Turkse kust dagelijks aankomt in wrakke overvolle rubberboten. 

De evangelie lezing was uit Marcus 6: 6b-13:

En Hij was verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen. Hij trok door de dorpen in de omgeving om onderricht te geven. Hij riep de twaalf bij zich, en begon hen twee aan twee uit te zenden, en Hij gaf hun macht over de onreine geesten. Hij gebood hun om niets mee te nemen voor onderweg dan een stok – geen brood, geen reistas, geen geld in de beurs – wel sandalen aan te doen, maar geen twee stel kleren aan te trekken. Hij zei tegen hen: ‘Als je bij iemand onderdak krijgt, blijf daar dan tot je weer verder reist. En als je ergens niet ontvangen wordt, en ze luisteren niet naar jullie, ga daar dan weg, en stamp het zand van je voeten: een getuigenis tegen hen!’ Ze gingen op weg en riepen op tot bekering. Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Vermoedelijk heeft Jezus het zelf ook zo gedaan: rondtrekken door de dorpen, wandelend over wegen en langs dorpjes, zonder reistas, eten of geld bij zich, levend bij de dag, levend van de gunst en de gastvrijheid van mensen die hij ontmoette.Het lijkt alsof de meester deze oefening in armoede nu ook oplegt aan zijn leerlingen, alsof hij zegt: ga nu zonder mij op pad, het is een oefening voor later. Ga het ondervinden hoe het is om met niets op weg te gaan, met niets dan vertrouwen dat de hemelse Vader wel voor jullie zorgen zal.En ze gingen, met niets in handen dan de gave om mensen van onreine geesten te verlossen en de bood­schap van het evangelie.

Het zal je maar gezegd worden om zo op weg te gaan, met slechts een stok in de hand en sandalen aan je voeten zonder jas, zonder beschutting, zonder wat ook maar. Je vraagt je af met welke gevoelens de leerlingen deze opdracht aangehoord hebben. Ga er maar aan staan, met niets op reis.Maar ze gingen, twee aan twee, niet alleen, waar­schijn­lijk omdat in de joodse traditie een getuigenis van een persoon niet betrouwbaar genoeg geacht werd, er moesten minimaal twee getuigen zijn. En de leerlingen waren immers getuigen, bood­schappers en getuigen van het goede nieuws. Hoe dan ook, ze gingen, met z’n tweeën. Zo hebben ze in ieder geval elkaar, als steun en toeverlaat, om met elkaar hun ervaringen van onderweg te kunnen delen. En was het niet zo dat waar twee of drie in de naam van Christus bijeenzijn, dat Hij daar zelf aanwezig zou zijn? 

Ik zie het mezelf niet doen en u waar­schijn­lijk ook niet. Wij leven binnen, in onze huizen, daar zoeken we veiligheid en geborgenheid. Wij omringen ons met spullen, met comfort, wij hebben een bankrekening, een inkomen, bankpasjes waarmee we overal ter wereld geld kunnen opnemen, wij sluiten verzekeringen af tegen de ongewisheden van het leven, in onze kasten hangen kleren voor alle weers­om­standig­heden en ons gevoel van veiligheid en vertrouwen zit voor een groot deel in deze materiële dingen. Dingen die we hebben. Die ons bezit zijn. En die ook voor een groot deel uitmaken wie wij zijn.

Maar het wil wel voorkomen dat de dingen die wij bezitten, ons in bezit nemen. Dat ons leven vooral daarom begint te draaien, om al die materiële zaken, dat we daarin ons vertrouwen stellen. En onze huizen met ramen en deuren die op slot kunnen, waarin we ons eigen leventje leiden, ze krijgen soms ook iets van een gevangenis als we ons daarin verschansen tegen de boze buitenwereld.

Wat Jezus de leerlingen proefondervindelijk wil laten leren is leven enkel en alleen van vertrouwen. Leven van het vertrouwen in God en de mensen. Leven van de voorzienigheid, het vertrouwen dat God wel zal zorgen voor wat ze werkelijk nodig hebben. Het is leven van het vertrouwen dat er altijd wel mensen zullen zijn die bereid zijn om gastvrijheid te bieden, een bordje eten, wat brood, een fles water, een plek om te slapen.Het is leven met open handen. Het is leven van genade, leven met het besef dat we alles, maar dan ook alles gekregen hebben, te leen voor de tijd van ons leven hier op aarde. Iedere dag, ieder moment  ontvangen we de adem in onze longen, het kloppen van ons hart, de zon op ons gezicht, de wind in de haren, het brood op tafel, de liefde van onze geliefden, alles, alles, alles is ons gegeven.

Er zijn er die deze tekst letterlijk hebben genomen en het voorbeeld van de discipelen volgden. Zo ging Franciscus van Assisi met zijn broeders over Gods wegen, met lege handen, levend van de goedgunstigheid van God en mensen. Daarom zien kloosterlingen overal ter wereld af van bezit, om daar niet door in beslag te worden genomen. Om te oefenen in ontvangen en loslaten. Om te leren delen, want als niets jouw bezit is, dan wordt delen gemakkelijker, iets natuurlijks
Zo radicaal leven, zonder te hangen aan bezit, geld of goederen, met deze open houding maakte van de leerlingen ontvangers. Maar ook degenen die hen opnamen in huis, hen gastvrijheid verleenden, te eten gaven, die wilden luisteren naar de bood­schap waarmee de discipelen kwamen werden ontvangers. Ze sloten niet hun deuren van hun huis voor hen, maar stonden open voor het onverwachte, voor wat het leven hen op hun weg bracht, voor het verrassende, voor vreemdelingen die bij hen aanklopten. Ontvangen is wederkerig.

Gemeente, een week geleden kwam ik terug van het Griekse eiland Lesbos. En zoals de leerlingen in armoede langs de wegen gingen, trekken daar nu ontelbare vluchtelingen door de dorpjes en langs de weg.

En ik wil mijn ervaringen niet tot evangelie verheffen, maar ik moet er toch iets over zeggen, want het betreft ook ons. U weet er ongetwijfeld van, de kranten staan bol van de crisis in Griekenland. Misschien heeft u ook gelezen of gehoord van de enorme vluchtelingen stroom die op een aantal van de Griekse eilanden aankomt. Deze eilanden liggen dicht voor de Turkse kust waarvandaan de vluchtelingen in wrakke overvolle rubberboten de oversteek naar Europa maken. Syriërs die de oorlog ontvluchten in eigen land, Afghanen, Pakistanen, Irakezen, weet ik waarvandaan, werkelijk met honderden per dag spoelen ze 24 uur per dag aan op de kusten van de eilanden, maar vooral op Lesbos. Veel jonge mannen, maar ook gezinnen met baby’s en kleine kinderen en hun bejaarde ouders, zieken, gehandicapte mensen. Om en nabij 140.000 vluchtelingen hebben sinds het begin van dit jaar de oversteek uit Turkije naar de kusten van het eiland gewaagd. Sommige bepakt en gezakt, anderen met niets. Sommigen met geld, anderen zonder enige middelen. Vaak zijn ze opgetogen, want ze hebben het gehaald: het beloofde land, veilig Europa. Maar het eiland kan deze enorme toevloed van mensen al lang niet meer aan. Er zijn geen voorzieningen voor de vluchtelingen, want er is geen geld. Er waren totdat ik wegging, geen hulp­organisaties. Het is verboden om hen onderdak, vervoer of voedsel te geven. Taxi’s en bussen zijn voor vluchtelingen niet toegankelijk, en daarom moeten zij vaak nog doornat te voet 75 km afleggen naar de hoofdstad Mytilini om geregistreerd te worden. En zo kom je ze in drommen op de wegen van dit zo idyllische eiland tegen, sjokkend, strompelend, zeulend met zware tassen, met kleine kinderen op de nek en baby’s in hun armen. Nooit zal ik het beeld vergeten van twee mannen op de weg in de brandende zon. De een had een gewond been, de ander ondersteunde hem. Daar gingen ze, voetje voor voetje, voor voetje 75 km lang en ver.Soms liggen ze dwars op de weg, misschien in de hoop dat er een automobilist stopt om hen mee te nemen. In Mytilini komen ze in kampen terecht die 'Camps from hell' worden genoemd. Al deze keiharde maatregelen zullen wel bedoeld zijn om aanzuigende werking te voorkomen.

Het lijkt wel oorlog als je daar bent. En het is diep verontrustend dat dit soort mensonterende gebeur­te­nissen zich afspelen aan de randen van fort Europa, op onze drempel. Het is zo dichtbij en zo verbijsterend.

Zoals de discipelen op weg gingen, familie, huis en haard verlatend, met lege handen, zo gaan ook deze vluchtelingen langs de wegen, met soms niet meer dan de kleren die ze aanhebben. Ze hebben alles achtergelaten. Ook zij zijn aangewezen op de compassie, goedgevigheid en de genade van anderen, op de bereidheid om te delen. Zij zijn afhankelijk van ons vermogen om open te staan voor wat ons uit ons overzichtelijke en veilige leventje haalt, van ons vermogen tot compassie, van het vermogen ons te laten raken door het vreemde, door wat afweer of zelfs angst inboezemt. De ontmoeting met vluchtelingen haalt ons uit onze comfortzone. Hun aanwezigheid, niet alleen in Griekenland, maar ook in Hongarije of Bulgarije of op het station van ter Apel, het is een groot appel aan onze menselijkheid.

Ik denk dat de ontmoetingen met de mensen van Secret Garden, met Sharif, Samer, Walid voor velen van ons ook zo’n openbrekende ervaring is geweest Er ging een wereld voor ons open waar we nauwelijks benul van hadden. Ze trekken je uit jezelf deze ervaringen, uit je eigen prettig geconstrueerde veilige en comfortabele bestaan, je overzichtelijke wereld.Soms komen mensen op je pad en dan moet je soms in een oogwenk beslissen wat je doet: wegkijken, doorlopen, of je laten raken, stilstaan, de ramen en deuren van je hart opengooien en misschien ook van je huis.
60 miljoen mensen op drift, op de vlucht wereldwijd. De vluchtelingenstroom is gigantisch, onstuitbaar en de problematiek lijkt onoplosbaar. Op de stranden van Turkije en Afrika staan nog honderdduizenden te wachten om de oversteek te wagen. Wat gaat dat voor veilig fort Europa betekenen, wat gaat dat voor ons betekenen die op deze rijke, uiterst bevoorrechte plek in de wereld werden geboren, die zoveel hebben gekregen om niet? Maar laten we eerlijk zijn, die ook zoveel hebben genomen? 

Op de straten en pleinen van Lesbos zijn er mensen die flessen water uitdelen aan de vluchtelingen die op hun weg komen. Die hen groeten, aanspreken, vragen waar ze vandaan komen, hen de weg wijzen.Op Lesbos zei een vrijwilliger die hulp biedt en tolkt voor de vluchtelingen aangeslagen:‘Ik praat met ze, vertaal voor ze. En dan stuur ik ze op weg van de 75 km op: jullie moeten gaan lopen, ga lopen. Go, go! En zij gaan en bedanken me. Ik word er gek van, het maakt me boos: ik stuur ze op een helletocht en ze bedanken me!Waarom bedanken vluchtelingen hem: niet omdat hij ze beval om op weg te gaan maar omdat deze man de moeite nam om broodjes voor hen te smeren, met hen sprak, naar hun verhalen luisterde. Omdat hij menselijk bleef waar anderen er voor kiezen langs de vluchtelingen heen te kijken, te negeren.
Dit is wat wij aan een dergelijke hopeloze situatie en in iedere ellendige, onoplosbare en hemeltergende situatie kunnen bijdragen: eenvoudige, kleine gebaren van menselijkheid. De wil hebben, kiezen om deze vluchtelingen als mensen te blijven zien en niet in de eerste plaats als een lastig en onoplosbaar probleem wat je bedreigt. Humaan blijven, het kleine beetje wat je kunt doen, doen. En vooral: je laten raken door wie op je pad komt en die aanklopt op de deur van je hart. Dat verdrijft boze geesten, daaraan genezen we, wederzijds. Ontvankelijk zijn voor wat het leven je brengt.

De heilige Franciscus zei: het kan zijn dat Christus incognito bij je aanklopt. Amen

(ds. Marieke Brouwer / mariekebrouwer@luthersamsterdam.nl)

Marcus 6: 6b-13