Pancratiusparochie Sloten






Delen:
meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook
Volgen:
link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten volg Pancratiusparochie op Twitter volg Pancratiusparochie op Facebook

Feest van de Kruisverheffing van de Heer

gepubliceerd: zaterdag, 14 september 2013
Helena ontdekt het ware kruis.
Helena ontdekt het ware kruis. (foto: BelgiŽ, Asse, St-Martinus)

14 sep­tem­ber viert de kerk het feest van de Kruisverhef­fing van de Heer. (uit www.heiligen.net)

In het voor­jaar van 325 was keizerin-moe­der Helena (&dag­ger; ca 328; feest 18 au­gus­tus) naar Jeru­za­lem gereisd om te zien of het kruis waaraan Jezus des­tijds gestorven was, nog te vin­den was. De berichten hierover zijn tot ons geko­men via eeuwen­oude legendes.

Toen Helena naar Jeru­za­lem geko­men was, liet zij de ver­stan­digste Joden die er in het hele land te vin­den waren, bij zich ontbie­den. De Joden schrokken niet weinig toen ze ervan hoor­den. Ze zei­den onder elkaar: 'Waarom, denk je, zou de koningin ons bij zich hebben laten ontbie­den?' Daarop zei er één, die Judas heette: 'Ik weet dat ze van ons te weten wil komen, waar het kruis ligt, waaraan Christus ge­krui­sigd werd.

Kijk uit dat niemand van jullie dat verraadt. Want je moet weten: als dat gebeurt heeft onze Wet afgedaan en gaat het geloof van onze vaderen voor­goed verloren. Want zo heeft het mijn voor­va­der Zacheus aan mijn vader Simon aan­ge­kon­digd en mijn vader heeft het mij weer toe­ver­trouwd op zijn doods­bed.

Hij zei: “Kijk uit, mijn zoon, als ze ooit het kruis van Christus komen zoeken. Want dan kun je het maar beter aan­wij­zen dan dat je er mar­telingen voor moet onder­gaan. Maar weet ook dat er op dat moment een eind zal komen aan het Rijk van de Joden. Dan zullen degenen die de ge­krui­sig­de aanbid­den de macht overnemen. Want deze Christus was de Zoon van God.”

Toen zei ik: “Vader, als onze vaderen dan zelf ook erken­den dat Hij Gods Zoon was, waarom hebben ze Hem dan ge­krui­sigd?” “'God weet dat ik niet mee­ge­gaan ben in hun raadsbesluit, ik ben er steeds op tegen geweest. Maar ze hebben Hem ge­krui­sigd, omdat Hij de Fari­zeeën gestraft had voor hun boosaar­dig­heid. Daarom!

Maar Hij stond op op de derde dag en voer voor de ogen van zijn leer­lin­gen ten hemel. Mijn broe­der Stefanus geloofde in Hem. Vandaar dat hij door de Joden in hun woede is gestenigd. Dus kijk uit, mijn zoon, dat je noch Hemzelf, noch één van zijn leer­lin­gen bele­digt.”

Nu lijkt het ons niet zo geloof­waar­dig dat de vader van deze Judas geleefd zou hebben in de tijd van Jezus' lij­den, want intussen waren er tot Helena's tijd zo'n 270 jaren voorbij­ge­gaan. Maar men zegt wel dat de mensen toen lan­ger leef­den dan nu.

Inte­res­sant dat Jacobus de Voragine zelf de his­to­rische betrouw­baar­heid van het hem over­ge­le­verde verhaal in twijfel trekt! En hoe hij probeert de bestaande tekst toch te sauveren.

De Joden spraken nu tot Judas: ‘Van die verhaaltjes hebben we nog nooit gehoord. Maar als de koningin je vragen begint te stellen, zou ik maar uitkijken om er iets van aan de grote klok te hangen.’ Toen ze goed en wel voor de koningin geleid waren, vroeg Helena waar de plaats van Christus' kruisi­ging te vin­den was. Maar geen van hen wilde haar de plek aan­wij­zen.

Daarop beval zij al de aanwe­zige Joden in het vuur te doen verbran­den. Toen wezen zij met zijn allen in doodsangst naar Judas en zei­den: ‘Deze hier, majes­teit, is een recht­vaar­dige en een profeten­zoon; hij kent de Wet op zijn duimpje; hij kan u alles ver­tellen wat u maar weten wilt.’

Toen liet Helena ze allemaal gaan, alleen Judas hield ze bij zich en zei tot hem: ‘Dood en leven zet ik voor je neer: kies maar wat je wilt. Wijs mij de plek aan die Golgotha heet en waar Christus dus werd ge­krui­sigd in de hoop dat ik zijn kruis er nog terug­vind.’

Judas gaf haar ten ant­woord: ‘Hoe kan ik nou zo'n plek nog weten, waar er al meer dan twee­hon­derd jaar voorbij zijn gegaan: ik bestond toen nog niet eens!' Daarop zei de koningin: 'Ik zweer je bij de ge­krui­sig­de dat ik je van hon­ger zal laten omkomen, als je mij de waar­heid niet zegt.' Nu liet zij hem in een leegstaande put gooien en uithon­ge­ren.

Zo lag hij daar zes dagen lang. Op de zevende dag smeekte hij dat hij eruit gehaald zou wor­den; dan zou hij de plek van de kruisi­ging aan­wij­zen. Men trok hem eruit en hij ging ze voor naar de bedoelde plek; daar bleef hij staan en bad een ogen­blik.

Toen beefde de aarde en een walm van god­de­lijke geur verspreidde zich daar. Judas sloeg zijn han­den ineen van verba­zing en riep: 'Waar­lijk Christus, u bent echt de Redder van de wereld.'

Precies op die plek - zo lezen wij althans in de Kerkge­schie­de­nis - stond een Venustempeltje, dat keizer Hadrianus daar nog had laten neer­zet­ten met de bedoeling dat wanneer een christen daar ging bid­den, het leek alsof hij tot Venus bad. Vandaar dat sindsdien niemand daar meer heen was gegaan en de plek uit­ein­delijk zo goed als vol­ko­men in verge­tel­heid was geraakt.

De koningin liet het tempeltje tot op de grond toe afbreken, ver­vol­gens liet ze de grond omspitten en ploegen. Daarop omgordde zich Judas en begon met alle kracht die in hem was te graven. Twin­tig voet onder de aarde stootte hij op drie kruisen. Die bracht hij on­mid­del­lijk naar de koningin boven.

Helaas waren ze niet in staat Christus' kruis te on­der­schei­den van de kruisen der mis­da­digers. Daarom leg­den ze de kruisen mid­den in de stad en wachtten af of de Heer zijn macht zou tonen. En zie, op het negende uur droeg men daar een dode jongeman voorbij.

Uit­ge­re­kend op het negende uur (drie ’s mid­dags): het uur waarop des­tijds Jezus aan het kruis gestorven was.

Judas liet de baar stil­hou­den en legde ver­vol­gens het eerste en het tweede kruis op de dode. Maar die verroerde zich niet. Maar toen men het derde op hem legde, werd de dode on­mid­del­lijk weer levend.

In de kerkge­schie­de­nis lezen we daar­en­te­gen dat één van de adellijke vrouwen uit de stad op dat moment ster­ven­de was. De bis­schop van Jeru­za­lem, Macarius (&dag­ger; 353; feest 10 maart), liet nu het eerste en het tweede kruis over haar heen leggen; maar het één noch het ander hielp. Echter, toen hij het derde op haar legde, sloeg zij de ogen op en bleek weer gezond.
[164p:46183:05.03; 328t/o:8.241; Balkenendep:149.150.152]

Tot zover de legende. Volgens de overleve­ring zou de patriarch op dat moment het kruis hoog in de lucht geheven hebben, zodat ie­der­een het goed kon zien en met tranen van ontroe­ring zong het aanwe­zige volk: 'God zij dank gebracht!' De keizerin had een zilveren foedraal laten maken. Daar leg­den ze het kruis in.

Ver­vol­gens lieten Helena en haar zoon, keizer Constan­tijn (&dag­ger; 337; feest 21 mei), in Jeru­za­lem een ge­dach­te­nis­kerk bouwen ter ere van Jezus' opstan­ding en Heilig Kruis. De basiliek werd offi­cieel ingewijd op 14 sep­tem­ber van het jaar 335. Bij die gelegen­heid werd besloten het feest van kruisverhef­fing telkens te vieren op die dag.
[139/3p:328; 140/9p:91; 164p:61]

Dat is de eerste gebeur­te­nis die wordt her­dacht op het feest van Kruisverhef­fing. Er is ook een tweede feest van de Kruisverhef­fing. Dat vond enige eeuwen later plaats, en is het eigen­lijke feest (614; feest 14 sep­tem­ber).